fbpx

“Ik heb zoveel gedachten. Ik krijg geen rust meer in mijn hoofd. Het gaat continu door. Ik word er moe van”, zegt mijn cliënte tijdens een online coachingssessie. Ze praat heel snel, haast zonder adem te halen en ze laat zich ook niet zomaar onderbreken. Het ongeduld straalt van haar af. Het lijkt wel alsof ze alles wat er in haar hoofd zat meteen uit moet spugen. En het moet er ook allemaal uit, bevestigt ze, omdat anders haar hoofd ‘weer veel te vol’ zit.

Mijn cliënte zit te veel in haar hoofd en weet dat zij meer moet gaan voelen en de rust moet hervinden, maar ze durft het niet aan. Dit was één van de hulpvragen waarvoor ze zich bij mij heeft gemeld voor coaching. Mijn cliënte behoort tot de generatie die geboren is in de jaren ’80 en het leven vooral heeft ervaren als: “Ik moet het beter doen dan mijn ouders.” Haar ouders hadden het goed bedoeld, toen ze dat zeiden. Immers, ieder ouder wil dat zijn of haar kind het goed heeft en het liefst beter dan hem of haar. Maar het ging bij mijn cliënte niet om het ‘beter hebben’ als in geluk en welzijn. Zij heeft (aan)geleerd dat het om materiële zaken gaat als opleiding, baan, geld, auto, huis en kinderen. Ze is niet de enige.

De generaties tussen de Tweede Wereldoorlog en de jaren ‘70 waren voornamelijk aan het (weder)opbouwen. Vervolgens waren ze hun plek aan het bevechten in de samenleving. Het activisme werd groot bij vrouwen en studenten. In die jaren gebeurde veel in de wereld: burgerrechten, oorlogen en economische crises. Deze jongeren van toen wilden hun kinderen in veel meer rust en welvaart opvoeden. Deze zogeheten ‘babyboomers’ hadden gestudeerd, kochten huizen en settelden met hun gezin. Veel van hun kinderen hebben het goed gehad. Er was een ruim dak boven het hoofd, er was geld om goed te leven en op vakantie te gaan, maar ook een zuinig bij elkaar gespaard ‘appeltje voor de dorst’, ze hadden een huisdier en er kwamen zoveel meer mogelijkheden in Nederland als het ging om onderwijs.

Maar deze generatie die in de jaren ’70 en ’80 werd geboren, mocht beslist niet vergeten dat er hard was gewerkt voor dat huis en die vakantie en dat studeren voor hun ouders een luxe was. Omdat de ouders zo hard werkten, verwachtten ze dat ook van hun kinderen en het liefst dat hun kleinkinderen een (nog) groter dak hadden en ouders hadden met een forser inkomen. Weet dat ik nu aan het generaliseren ben en dat dit natuurlijk niet voor iedereen geldt. Maar deze situatie geldt wel voor mijn cliënte en vele andere generatiegenoten die zij en ik allebei kennen.

Mijn cliënte heeft altijd de druk gevoeld om te presteren. Bewijzen aan je ouders en je omgeving is een belangrijke drijfveer geweest om ook daadwerkelijk hard te studeren en veel geld te verdienen. Maar nu ze richting de 40 gaat, haar gezin en die goedbetaalde job heeft, begint ze last te krijgen. Het wordt allemaal net iets te veel. Ze is moe en heeft een laag energieniveau. Ze heeft vaker last van hoofdpijn en begint minder te genieten van alle mooie dingen die haar leven biedt. Ze is prikkelbaar en heeft steeds vaker de behoefte aan rust, die ze vervolgens niet neemt.

Zij leeft al zo lang zo, dat ze niet eens meer weet hoe het is om te voelen, vertelt ze. “Het is zo raar, nare dingen voel ik wel, maar de goede dingen gaan aan mij voorbij.” Ik leg haar uit dat dit anders kan, als zij dat wilt. Want, als je zegt dat je negatieve zaken wel voelt en mooie niet, betekent dus dat ze wel ‘voelt’, maar dat de negativiteit overheerst en de positiviteit (onbewust) negeert. Voelen doet namelijk iedereen. Maar de vraag is: gaat je aandacht er wel voldoende naar toe?

De generatie van mijn cliënt en de generatie daarna, die van de zogeheten ‘millennials’, hebben veelal vanaf jonge leeftijd afgeleerd om te voelen. Het is er bij ze in gestampt dat ze vooral moeten denken. Hun verstand is in de opvoeding misschien wel het belangrijkste onderdeel geweest. Maar was dat wel zo ‘verstandig’?

Dit heeft consequenties gehad voor de ontwikkeling van deze kinderen, jongeren en nu volwassenen, al dan niet met een gezinsleven. Verstand gaat vóór gevoel, terwijl het gevoel er niet voor niets is. Het verstand is het ‘hoofd’, dat nauwelijks in het ‘nu’ is. Het biedt gedachten die te maken hebben met het verleden of de toekomst. Alles wordt beredeneerd, geanalyseerd en geprepareerd. Terwijl het leven ‘nu’ is.

Het gevoel zorgt ervoor dat je aardt. Dat je emoties herkent en dicht bij jezelf blijft. Het gevoel zorgt ervoor dat je eventuele ongemakken in je lijf voelt. Dat jouw lichaam intuïtief aangeeft of je iets wel of niet wilt. Er zijn vele beroemde coaches, trainers en leiders, zoals Eckhart Tolle, Deepak Chopra en Tony Robbins, in de persoonlijke en spirituele ontwikkeling die al jaren roepen dat we te veel in ons hoofd zitten en niet meer dicht bij onszelf zijn, omdat we niet meer voelen. Waardoor we dingen doen die we eigenlijk niet willen of die niet goed aanvoelen. Mede daardoor zijn er steeds meer methoden ontwikkeld om mensen te helpen om weer ‘back to basics’ te gaan. Kortom, terug naar je hart, dus naar je lijf.

Ik herken het verhaal van mijn cliënte wel. Ook ik ben van de generatie die het beter moest doen dan mijn ouders en dat het ‘hoofd’ belangrijker was dan mijn ‘hart’ of mijn ‘lijf’. Zo heb ik in mijn leven veel dingen gedaan waar ik niet achter stond – had ik kunnen merken aan mijn lichaam – en waar ik achteraf spijt van had. Bovendien is het ongezond voor jouw lichaam als je er geen aandacht aan besteed.

Iedere coach leert van elke cliënt, zei de grondlegger van de Rogeriaanse therapie, humanistisch psycholoog Carl Rogers. En dat klopt. Iedere cliënt die ik ontvang, online en offline, geven mij weer nieuwe inspiratie en ideeën om een hulpvraag of een probleem weer net even anders aan te vliegen, zodat ik diegene nog beter kan helpen. Immers, iedereen is uniek.

Ondertussen is er wederzijdse herkenning tussen de cliënt en mij, omdat we elkaars issue snappen. Daarom benader ik voordat we andere hulpvragen behandelen, eerst maar eens haar gevoel. Ik laat haar eerst ontspannen door haar goed te laten zitten, haar ogen te laten sluiten en zich te laten focussen op haar ademhaling. Ik adem met haar mee en blijf – ook al is het via een beeldscherm – bij haar. Ik hoor haar ademen en zij mij, zodat ze mij kan volgen. Ik vraag haar tijdens deze ontspanning om zich in haar lijf te laten zakken. Alles voelen wat er nu gebeurt in haar lichaam, elke prikkel, elke trilling, elke sensatie. Ik begeleid haar van haar kruin op haar hoofd tot aan haar tenen om alles te voelen wat ze voelt en daar de aandacht aan te geven.

Ze hoeft niet te vertellen wat ze voelt, maar ze moest voelen, in haar binnenwereld. En de gedachten die ongetwijfeld in haar hoofd opkomen, laat ze op mijn aanraden aan zich voorbij gaan. Als coach is het dan belangrijk dat je de cliënt goed in de gaten houdt of ze nog wel ontspannen is. Dat is ze. Daarna laat ik haar met mijn stem meevoeren naar een plek die zij heel mooi vindt. Voor deze oefening vertelde ze over een fijne herinnering op een bepaalde plek met bepaalde mensen om zich heen. Ze blijft ondertussen voelen en gaat in gedachten naar die plek, naar die fijne situatie. Elke andere gedachte laat ze aan zich voorbijgaan. Als ze eenmaal op die plek is en zich goed voelt, vraag ik haar waar ze dat in haar lichaam voelt. In haar buik, zegt ze. Heeft het gevoel een kleur? Ja, het is oranje-geel en het draaide rustig rond. Aan haar ontspannen gezicht zie ik dat ze zich goed voelt, ze straalt en haar gezicht lijkt wel helemaal open te gaan. Op de vraag of dit fijn voelt, zegt ze volmondig ‘Ja!’, met een brede lach. Zo kwam ze bij haar gevoel. Ze weet nu ook dat ze zich goed kan voelen, wanneer ze dat wil en dat ze haar lijf niet kwijt is, maar gewoon onder haar hoofd heeft staan.

Voelen doe je via jouw lichaam en niet via het hoofd. Denken is het hoofd, maar gevoel komt via sensaties in jouw lijf. Fijne sensaties en nare sensaties. Als je je daar bewust van bent, kun je wanneer jij dat wenst jouw hoofd even laten rusten door je aandacht naar je lichaam te brengen.

Mijn cliënte zegt dat ze dit jaren geleden al had moeten leren. Zo zie je maar: hoe logisch het lijkt, hoe eenvoudig het ook is, maar hoe weinig we dit doen. Terwijl het zo fijn en goed is. Jouw lichaam is jouw tempel, zorg er goed voor en luister er goed naar. Een les die de laatste generaties niet hebben geleerd.

Kortom, kom uit het hoofd en zak in je lijf!

Lieve groet,

Perdiep Ramesar.

P.S. Wil je op de hoogte gehouden van onze nieuwste blogs en updates?

Klik dan op onderstaande knop en meld je aan!

%d bloggers liken dit: